
Glasvezel of kabel: wat is sneller (en goedkoper)?
Glasvezel wordt in steeds meer straten aangelegd, en dan komt de vraag vanzelf: overstappen of bij de kabel blijven? Op papier zijn beide razendsnel, maar er zijn drie verschillen die je in de praktijk écht merkt.
Download: allebei snel zat
Kabel haalt tegenwoordig tot 1 Gbit/s, glasvezel gaat van 1 tot zelfs 8 Gbit/s. Klinkt als een groot verschil, maar wees eerlijk over wat je nodig hebt: voor 4K-streamen is 25 Mbit/s per tv genoeg, en een gemiddeld huishouden komt met 100 tot 300 Mbit/s ruimschoots uit. Puur op downloadsnelheid win je de vergelijking dus zelden.
Upload is het echte verschil
Glasvezel is symmetrisch: bij een 500- of 1000-abonnement is de upload net zo snel als de download. Kabel is asymmetrisch — bij 1 Gbit/s download krijg je vaak maar 50 tot 100 Mbit/s upload. Werk je thuis met videobellen, upload je grote bestanden of draai je cloudback-ups, dan is dit hét argument voor glasvezel.
Avonddrukte en stabiliteit
Bij kabel deel je het netwerksegment met je buurt: als om acht uur 's avonds de hele straat gaat streamen, kan je snelheid merkbaar zakken. Glasvezel geeft je een eigen lijn tot de wijkcentrale, met een stabielere snelheid en een lagere ping — prettig voor gamers en videovergaderaars.
En de prijs?
De instaptarieven ontlopen elkaar weinig: reken op €40 tot €55 per maand voor internet-only. Het venijn zit in de actieperiode — de eerste 6 tot 12 maanden krijg je vaak €10 tot €15 korting per maand, daarna schiet de prijs omhoog. Zet dus een reminder op het einde van je actieperiode: na je eerste contractjaar ben je maandelijks opzegbaar en kun je vrij overstappen of heronderhandelen. En check eerst wat er überhaupt in jouw straat ligt — glasvezel is nog niet overal beschikbaar.
